U bent hier

De wet van Baumol

Printvriendelijke versieVerstuur via emailPDF versie
Inhoud 

Enkele jaren geleden werd mij gevraagd om voor het jaarverslag een overzicht van de dagdagelijkse werking in een tehuis werkenden te schrijven. Want ja, wat doen jullie in feite? De economische crisis liet zich reeds voelen en in de rand van het gemaakte overzicht verwees ik naar de wet van Baumol. Het was de bedoeling om duidelijk te maken waarom de moderne (what’s in a word) tendensen binnen de gehandicaptenzorg haaks staan op de basisfilosofie (visie & missie) die we hanteerden en tegelijkertijd aan te tonen dat daardoor de druk van bovenuit steeds toenam om de concrete realisatie van deze basisfilosofie terug te schroeven. Het warm water moet niet altijd opnieuw te worden uitgevonden, dus kan en mag je leunen op enkele reuzen. Een inhoudelijke discussie is er nooit gekomen – zo’n open debatcultuur bestond er helaas niet - en het definitieve verslag heb ik nooit gezien, maar ik vrees dat die passage geschrapt werd.

Waarover gaat het bij de wet van Baumol? In de menswetenschappen bestaat niet zoveel kennis die in een  ‘wetmatigheid’ te vatten is die dan nog op langere termijn kan standhouden. De sociaal psychologen Darley en Latané (1968) toonden bijvoorbeeld aan dat hoe groter het aantal omstanders is, hoe minder verantwoordelijk ieder individu zich voelt (en hoe minder actie ze zullen ondernemen om bijvoorbeeld iemand te helpen). Je kan met andere woorden maar beter autopech hebben op een kalme baan dan op een drukke autostrade. De wet van Baumol is er ook zo ééntje, maar dan op economisch vlak. De ‘wet’ werd geformuleerd door William Baumol (°1922), voormalig professor economie aan de universiteit van New York en ook geaffilieerd aan Princeton University. Baumol’s wet stelt dat om diverse redenen de relatieve kosten van de quartaire sector een opwaartse tendens vertonen. Een hele mond vond, maar in gewone mensentaal betekent dit dat arbeidsintensieve arbeid meer geld kost. Dit behoeft enige toelichting.

Dommekrachten

Dat arbeidsintensieve arbeid meer geld kost is vrij eenvoudig te verklaren. Bij dit soort werk is de productiviteit beperkter dan in andere sectoren. Agrarische en industriële omgevingen kunnen in grote mate automatiseren (mechaniseren) en hebben dat dan ook in de afgelopen eeuwen op steeds grotere schaal gedaan. Op die manier kan één arbeidskracht objectief meer werk verzetten. Fernand Braudel[1] wees er reeds op dat de toepassing van wetenschappelijke kennis in het productieproces essentieel is voor de ontwikkeling van een kapitalistische staat.  Historici hebben zich lang de vraag gesteld waarom bijvoorbeeld het oude China – waar de wetenschappelijke kennis verder stond dan in West-Europa – deze stap niet heeft gezet. Het antwoord lag voor de hand. Bij beschikbaarheid van voldoende arbeidskrachten is het niet nodig om naar andere oplossingen te zoeken. Het volstaat om wat meer mensen inzetten en ze eventueel wat harder laten werken om hetzelfde resultaat te bekomen. Braudel verwijst verder naar de traditionele Chinese landbouw. De rijstcultuur is zeer arbeidsintensief en door de jaren heen slechts in beperkte mate gemechaniseerd. Dichter bij huis – in het negentiende eeuwse Vlaanderen zien we een gelijkaardig fenomeen. We kennen allemaal de verhalen over de Vlaamse huisnijverheid in de textielsector. Toen in Engeland de productiviteit sterk toenam door de implementatie van industriële weefgetouwen, kromde men hier zijn rug, werkte zich nog wat meer uren kapot, om uiteindelijk nog verder te verpauperen. De industriële spionage van Lieven Bauwens (niets nieuws onder de zon) heeft hier uiteindelijk een einde aan gemaakt. Wat niet wil zeggen dat in de fabrieken die daarna werden opgericht de arbeidsomstandigheden en –verloning beter waren. Er was ondertussen een ongeëmancipeerd lompenproletariaat gekweekt voorzien van  de nodige arbeidsethos (erst komt das Fressen,…) en daar maakten de fabriekseigenaars vanzelfsprekend gretig gebruik van. Maar dat is een ander verhaal. Bauwens werd in Engeland persona non grata verklaard en ter dood veroordeeld, in Gent beschouwde men hem als een held, kreeg hij later een standbeeld en de rest is geschiedenis.

RSS

Inschrijven op RSS