U bent hier

Komen eten

Printvriendelijke versieVerstuur via emailPDF versie

Neen, daar kon ze niet inkomen… nochtans had ze even daarvoor benadrukt dat de persoon van haar dochter centraal moest staan in de begeleiding. Individualisering, een zo normaal mogelijk leven, groeibevorderende begeleiding naar een zelfstandigere leefomgeving toe… het was allemaal de revue gepasseerd. Maar dat een bewoner ’s avonds laat na wat fietsomzwervingen in de streek om halftien nog de keuken indook om frietjes te bakken…  Neen, dat was van het goede te veel. Een beetje orde en netheid, afspraken en regels waren in haar ogen noodzakelijk.

Wie waren wij om dat tegen te spreken. Om het samenleven van mensen te stroomlijnen zijn afspraken nodig. Dergelijke afspraken ontwikkelen zich deels bewust, deels onbewust in de loop der tijden en vormen uiteindelijk een geheel van deels logische, deels bizarre geplogenheden. Een intakegesprek is dan ook voor alle betrokkenen leerzaam. In de eerste plaats is het een zoektocht, een aftasten of beide partijen matchen of minstens tot een werkbaar vergelijk kunnen komen. Het is een ‘snuffelronde’ waarin beide partijen kunnen uitmaken welk vlees er in de kuip zit en of ze met elkaar in zee kunnen gaan…

Een goede snuffelronde houdt het niet bij hoogdravende princiepsverklaringen, opgesmukte jaarverslagen en andere PR-truukjes. Kleine dagdagelijkse gebeurtenissen, faits-divers, voorbeeldjes,… zeggen vaak meer dan abstracte theorieën. Het ‘frietverhaal’ was één van die – uit het leven gegrepen – voorbeelden.

We gebruikten het spontaan om duidelijk te maken dat normalisatie in de dagdagelijkse werking van de Steenman hoog in het vaandel stond. De achterliggende idee was dubbel. In de eerste plaats wilden we aantonen dat bewoners de verantwoordelijkheid die ze aankunnen ook moeten krijgen. Daarnaast wilden we duidelijk stellen dat een collectieve woonomgeving niet betekent dat alle activiteiten in groep dienen te gebeuren. Dergelijk kostschoolsfeertje was niet aan ons besteed. Naast een gemeenschappelijk aanbod bestond de mogelijkheid om een eigen individueel traject uit te stippelen. Kon of wilde je om één of andere reden niet participeren aan het groepsmoment, dan stond de deur open voor alternatieven en begon een zoektocht naar voor alle betrokkenen haalbare alternatieven. De keuken was dus niet het exclusieve terrein van een kok. Iets wat overigens keer op keer een werkpunt vormde als een nieuwe kok in dienst kwam. Neen alle bewoners konden er gebruik van maken met in acht name van bepaalde afspraken (o.m. rond orde en netheid). Dat dit niet altijd perfect verliep spreekt voor zich, de grootte van de groep maakte constante bijsturing noodzakelijk. Het was zeker niet de meest efficiënte werkwijze, maar wel één die uitdagingen en leermomenten, kortom leven in de brouwerij, creëerde.

De moeder konden we niet overtuigen… bij haar thuis zou het niet kunnen. Maar uiteindelijk kwamen we tot een overeenkomst, dochterlief zag wel wat in de mate van bewegingsvrijheid die ze kon krijgen en haar droom naar begeleid wonen… werd een stuk realistischer en, na wat jaren later zou blijken, ook realiseerbaar.

Met bovenstaand voorbeeld proberen we duidelijk te maken dat door het nemen van verantwoorde risico’s (zo’n kerel alleen met een frietketel, levert dat geen brandgevaar op???) en het neutraliseren van groepsefficiëntie (die het de begeleiding wel makkelijker maakt) de humanisering van de begeleiding en daarmee samengaand de kwaliteit van het bestaan van de betrokkenen wordt verhoogd.

Het normale leven dus… Hoeveel werknemers duiken bij thuiskomst van hun werk niet even de frigo in om nog snel wat te knabbelen? Jawel, straks eten we maar nu heb ik toch nog even… En ’s avonds laat, ja het is niet gezond, maar toch nog even een tussendoortje voor het slapengaan… Je zal maar de pech hebben om in een voorziening met stringente regels terecht te komen.

Eetcultuur

Eten is een belangrijk onderdeel in het menselijk leven. Zonder voedsel trekken we het niet erg lang in dit ondermaanse. Het is dan ook zaak om niet achteloos aan dit fenomeen voorbij te gaan en het als ‘vanzelfsprekend’ te beschouwen. Binnen een begeleidingscontext is overigens niets vanzelfsprekend.  Binnen de werking werd dan ook heel wat tijd uitgetrokken om hierover van gedachten te wisselen, mogelijkheden en beperkingen af te toetsen en ook de bewoners zelf bij dit proces te betrekken. Laten we even stilstaan bij enkele voorbeelden.

Eten en alles wat ermee samenhangt is een sociaal gebeuren. Het gaat dus niet alleen om (samen) aan tafel te zitten. Het eetgebeuren omvat een heel breed proces gaande van aankoop, voorbereiding, klaarmaken van het eten tot nadien het opruimen. Het biedt dus talloze mogelijkheden om mensen bij dit proces te betrekken.

Heel wat thema’s worden op die manier toegankelijk. Rond kwaliteit van het voedsel werd ad hoc maar ook gestructureerd gewerkt. Het dispuut rond het brood vormt hierbij een treffend voorbeeld. Op een gegeven ogenblik werd beslist om het brood aan te kopen bij de lokale natuurwinkel. Het aanbod was gevarieerder, bewoners waren directer betrokken bij de aankoop want gingen zelf (mee) brood kopen en tegelijkertijd was het thema ‘gezonde voeding’ geen ver van mijn bed show meer.  Genoeg redenen dus om hiermee aan de slag te gaan. Het brood bleek echter niet bij iedereen in de smaak te vallen. Het heeft enkele bewonersvergaderingen geduurd vooraleer een werkbaar compromis uit de bus kwam. En ook daar werd nadien nog aan gesleuteld.

Maar veelal waren het kleinere, onopvallende elementen, die belangrijker waren. Het samen met het keukenpersoneel groenten snijden, aardappelen schillen, de tafel zetten,…  het afval naar de kippen brengen, eieren rapen,…

Binnen dergelijke werkingscultuur is de mogelijkheid om zelf aan de slag te gaan een logische (en eenvoudig te zetten) stap. De uitbouw van een apart – te reserveren – keukentje dat kan gebruikt worden al dan niet als voorbereiding tot (begeleid) zelfstandiger wonen was een eerste aanzet. De mogelijkheden tot overleg met begeleiders, kennissen over wat je zoals kan klaarmaken (en op welke manier). Het plezier van succeservaringen (en af en toe ook de frustratie als er iets aanbrandt…). Dit alles heeft een enorme invloed op het zelfbeeld.

We waren nog lang niet waar we wilden geraken. Niet alle mogelijkheden die het medium eten biedt werden benut, deels omwille van tijdsgebrek, deels omwille van een tekort aan mankracht, deels omwille van duizend andere redenen en prioriteiten. Zoals alle projecten was het een work in progress. Maar alles werd op een subtiele manier afgebouwd. In de loop der jaren zagen we steeds meer de opmars van de ‘witte producten’ cultuur. Discussies met directie om het tij te keren mochten niet baten. Eén van de peilers van het begeleidingswerk, iets waarover we heel erg fier waren m.n. de aandacht voor kwaliteitsvol voedsel, werd stilaan doorgezaagd. De economische crisis werd heel erg duidelijk. Wanneer besparingen op eten worden doorgevoerd ben je al een eind de verkeerde richting aan het uitgaan. Er zijn legio argumenten om dit te doen, maar meestal gaat het over platte financiële beslommeringen zoals fondsen verzamelen om herstelwerken enz… uit te kunnen voeren. Op die manier verlies je heel snel het contact met je voedingsproducten…

De stap om dan als begeleider voor de wet van de minste weerstand te kiezen wordt dan ook heel groot. En voor je het weet zit je in de traditionele paternalistische benadering en wordt er voor in plaats van met de betrokkenen beslist. En ook nu weer zijn er rationalisaties zat. Zo vormen medische argumenten vaak aanleiding om een groteske regelgeving in te voeren. Al te vaak worden deze regels dan op (bijna) iedereen toegepast ongeacht individuele noden en mogelijkheden. Om overgewicht tegen te gaan worden de porties voor iedereen bepaald… Het zoutgehalte omlaag want dat is gezond (wordt toch tot vervelens toe herhaald in de media, dus zal het wel waar zijn). Suikerarm werken want enkele diabetici… (of spelen ook hier de massamedia en medische lobby een bepalende rol?). De vraag naar zelfcontrole en verantwoordelijkheid – en de taak die begeleiders daarin kunnen spelen - wordt subtiel van de tafel geveegd. Als iedereen gelijkgesteld wordt voor de wet en diversiteit genegeerd zitten we – niet alleen pedagogisch – met een probleem.

De HACCP regelneverij

Het HACCP Circu(it)sEn dan was er de HACCP. Even dachten we dat het in de nasleep van de val van het communisme over HAHA CCCP ging, maar neen dus. HACCP staat voor Hazard Analysis and Critical Control Points een risico inventarisatie voor voedingsmiddelen. Bedrijven die zich bezighouden met de bereiding, verwerking, behandeling, verpakking, vervoer en distributie van levensmiddelen dienen hierdoor alle aspecten van het voortbrengingsproces te identificeren en op gevaren te analyseren. Een op het eerste zicht lovenswaardig initiatief. Blijkbaar vond ergens op het ministerie één of andere bobo het nodig om punten te scoren bij zijn oversten door initiatief te tonen. Het kritiekloos overnemen van een procedure uit de industrie kan enkel gebeuren vanuit een dergelijk wereldvreemd ivoren-torenperspectief.

Want wat heeft dat met een kleinschalige woonvoorziening te maken? Het past binnen het verhaal van schaalvergroting en is daar perfect verdedigbaar. Maar dan spreken we over centrale keukens en distributie… Klinieken en grote personeelsrefters (bv:  beschutte werkplaatsen?) komen dan in het vizier. Het is dus mogelijks interessant in grotere voorzieningen waar een centrale keuken voor een efficiënte voedercultuur instaat, maar totaal van de pot gerukt in een kleine voorziening waar gepoogd wordt om een echte relatie met de voedselketen in stand te houden of uit te bouwen. Waar bewoners zelf ingeschakeld worden in het proces, waar begeleiders mee koken, eten, afwassen,… en dus de eerste kwaliteitsbeoordelaars zijn. Korter op de bal kan je niet spelen.

Vooral een standaardisering (weerom industrialisering van de sector) waarbij het centrale thema neerkomt om een zich indekken tegen risico’s stuit tegen de borst. Of hoe eens te meer de voorziening, de directie en de begeleiding (in die volgorde van belangrijkheid) centraal staan en niet de betrokkenen. Want als je de regelgeving strikt volgt is het niet meer mogelijk om bewoners in te schakelen in het bereidingsproces (tenzij ze van die gekke mutsen en handschoenen en wat nog allemaal zouden aandoen… doe je dat thuis ook?). Eens gauw een flensje bakken op een dood moment zit er ook niet meer in. Als je bedenkt welke administratieve rompslomp daaraan vasthangt. Trouwens… die eieren van de eigen kippen (ooit aangekocht om onder meer de afvalberg te beperken, maar zoveel meer functies uitoefenend in de begeleidingscontext)  vormen een besmettingsrisico en mogen niet meer worden gebruikt. Neen, dit laatste is niet om er de draak mee te steken, de laatste jaren werden de eieren meegegeven aan personeel of aan een ex-bewoonster die af en toe langskwam, kwestie van niet voor inspectieverrassingen te staan.

En jawel, blijkbaar bestaat er een Europese regelgeving terzake. Argumenteren heeft niet de minste zin, want de paraplu staat gebruiksklaar. Deze regelgeving past volkomen in de trend om de kleintjes er tussenuit te knijpen, maar dat hadden we op dat ogenblik niet in de smiezen.

Katapult

Enfin, om een lang verhaal kort te maken. Enkele maanden na het ontslag in de Steenman horen we via via dat de eetcultuur helemaal veranderd is. Eerst werd de voorraadkamer ‘verboden terrein’. Een old-school sleutelsysteem (wie de sleutel heeft, heeft de macht het kan niet symbolischer) bepaalde wie wanneer waar wat kon doen.  De frigo verdween uit de keuken. Nog gauw iets knabbelen zat er helemaal niet meer in… en een eenvoudig koekje bij de koffie vergt dan een hele procedure (en hopelijk geen urenlange zoektocht naar bij vergissing mee naar huis genomen sleutels).

Katapult

Niet lang daarna werd de keuken zelf verboden terrein om tenslotte helemaal buiten dienst te raken. Het bleek makkelijker en efficiënter om alle dagen vanuit een centrale keuken het eten te ‘leveren’. Opgewarmde kost dus… Dat het leven van de betrokkenen er meteen een stuk eentoniger en minder uitdagend uitzag werd als louter ‘collateral damage’ afgedaan. Ook dit is ‘normalisatie’… maar heeft minder met een ‘normaal’ leven dan wel met een ‘gestandaardiseerd’ en voorspelbaar leven te maken. Of moeten we dit eerder als ‘overleven’ beschouwen.

Of hoe je met enkele top-down beleidsnota’s iedereen een halve eeuw of meer terug in de tijd kunt katapulteren.

Naschrift

In elke cursus communicatie leer je dat een cel een andere betekenis heeft voor een bioloog dan wel voor een gevangenisbewaker. Bij normalisatie zitten we met een gelijkaardig probleem. Even Wikipedia raadplegen leert dat dit in de industrie niet meer of minder dan het volgende betekent :

normalisatie, normalisering of standaardisatie is breed genomen een proces dat erop is gericht om iets meer 'normaal' te maken, wat meestal inhoudt dat het wordt geconformeerd aan een regelmatigheid, regel of norm of dat het teruggebracht wordt vanuit een bestaande afwijkende staat.

Misschien moeten toch eens iemand de moeite nemen om die pagina aan te vullen.