U bent hier

Maggies farm

Printvriendelijke versieVerstuur via emailPDF versie

In 1980 speelden ‘The Specials’ hun versie van Dylans ‘Maggie’s Farm’ op Werchter. Het was volop ‘Thatcher-time’ en Maggie’s farm was verre van een zorgboerderij. Geen wonder dus dat nogal wat mensen niet op die boerderij aan de slag wilden. Naar aanleiding van Thatchers overlijden werden deze en nog enkele andere songs onder het stof uitgehaald, kranten moeten tenslotte ergens hun kolommen mee vullen. Dat haar overlijden ook de aanleiding vormde voor enige ludieke randanminatie – ding dong for number one – vonden nogal wat commentatoren wansmakelijk. Blijkbaar mag niet elk gat in de neoliberale markt gevuld worden.

Het was nochtans geen Brighton bomaanslag. De machtelozen die nog één keer hun stem en frustratie lieten horen… kan het onschuldiger? It’s all part of the game, het belang van rituelen weet je wel. En als je daar niet mee overweg kunt moet je een andere job kiezen. Op Aalst carnaval wordt de wereld vaak op scherpere manier becommentarieerd. Maar dat is dan ook Werelderfgoed.

BUILD A BONFIRE
PAINT THE SKY
COME ON DOWN
I'LL TELL YOU WHY.
SHE'S GONE!
AND NOBODY CRIES... [i]

Het hele gedoe toont enkel aan dat Maggie nooit de leider van alle Britten is geworden. Haar voorganger Winston Churchill slaagde daar wel in, niettegenstaande of misschien juist dankzij zijn duidelijke speech bij het aanvaarden van de ambt van eerste minister in 1940 : “I have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat”. Engeland kreeg dan ook een zeer concrete externe vijand voor zich, wat het groepsgevoel stimuleerde. Economische teloorgang is een abstracter gegeven waarbij een dergelijk gemeenschappelijk vijandsbeeld ontbreekt. Dan wordt het ieder voor zich (und Gott gegen alle zou Werner Herzog daaraan toevoegen). Eenmaal de gemeenschappelijke vijand van het toneel verdwenen was werd Winston trouwens bedankt voor bewezen diensten. In vredestijd hadden de Britten geen behoefte aan deze brombeer. Ondank is ’s werelds loon.

Maggie kon geen gemeenschapsgevoel creëren. Tweespalt was dan ook het logische gevolg.  In managementjargon kan je stellen dat het een kwestie van incompetentie was : niet in staat zijn tot, niet over de nodige vaardigheden beschikken om,… Anderen zullen argumenteren dat daar geen tijd voor was: d’abord agir en puis réflechir. Achteraf kunnen we stellen dat wellicht niemand over deze competenties beschikte en het  louter een zaak van “as good as it gets” was. Of in gewone mensentaal: haar politiek ontbeerde gezag en was louter gestoeld op macht.

Thatcher’s overlijden vormde ook aanleiding voor de pers om wat oude coryfeeën de revue te laten passeren om hun licht nog eens over de toenmalige problematiek te laten schijnen.

De obligate Mia Doornaert werd bij Jan Hautekiet opgetrommeld en liet haar licht schijnen over de hele jaren ’80 toestand. Tante Mia’s analyse was duidelijk. De ‘miners’ probeerden een tijdperk te redden dat eigenlijk al hopeloos voorbij was. De Unions wilden bewaren wat door de feiten reeds voorbijgestreefd was. Ze voerden een al bij voorbaat verloren ‘conservatieve’ strijd. Voor velen was het een schok. De mijnbouw werd beschouwd als de centrale as van de industriële revolutie. Dat net deze industriële activiteit werd afgebouwd zorgde voor een existentiële crisis. Kon de Engelse samenleving en economie wel draaien zonder deze ‘ruggengraat’? Voor de directe betrokkenen onderaan de ladder leek dit onmogelijk. De ‘decision-makers’ wisten wel beter, de toekomst lag elders. De geschiedenis toont steeds weer aan dat niets blijvend is. Zo was de mijnexploitatie maar rendabel geworden nadat de toevoer van een andere –goedkopere - energiebron was opgedroogd. Dit gebeurde toen Ierland – het ooit bosrijke traditionele wingewest van het Verenigd Koninkrijk – quasi volledig ontbost was en er geen grote hoeveelheden goedkoop brandhout meer te verkrijgen waren.

Waar de toekomst wel lag weten we ondertussen: The City voer wel bij het Thatcheriaans bestel. London verstevigde zijn positie en werd één van de belangrijkste centra van de economische wereld.

Opmerkelijk bij dit alles is dat blijkbaar niemand het nodig of gepast vond om een vergelijking met de huidige tijd te maken. In de huidige bankencrisis zijn toch wel wat paralellen te trekken met wat er indertijd aan de hand was. Toen was de quasi monopoliepositie van de steenkool een nefast gegeven dat de indruk gaf dat deze onvervangbaar was. Wat voor sterke emoties zorgde. Ondertussen werd al aardig gediversifieerd en beschikken we over een veelheid aan complementaire energiebronnen: zonnepanelen, windmolens, zonne-ovens,… en vergeten we ook niet de soms verguisde kernenergie…

De bankencrisis toont aan dat de erfgenamen van Thatcher momenteel in dezelfde positie zitten die de Scargill’s toendertijd innamen. Men wil de huidige toestand – mogelijks tegen beter weten is – redden en in stand houden. De hamvraag is of dit mogelijk is en of de monopoliepositie die de huidige geldorganisatie inhoudt nog van deze tijd is. Op deze website hebben we reeds aandacht besteed aan de ideeën van onder meer Bernard Lietaer en de praktijkvoorbeelden uit Zwitserland, Japan en nog enkele andere landen om ook wat het geldproduct betreft, te diversifiëren. Hier en daar komen er al barsten in de vesting. Zo vindt de Duitse centrale bank de invoering in Griekenland van een ‘geuro’ naast de ‘euro’ – om het sociale weefsel niet volledig stuk te maken - niet meer onbespreekbaar. Maar globaal genomen overheerst nog steeds de overtuiging dat het systeem ‘too big to fail’ is. Ooit dacht men dat ook over de mijnen.

Kortom het oude refrein is nog steeds van toepassing

Heisa heisa, getrouw tot in den doet
Goed denken doen ze matig
Maar herdenken doen ze goed

 

(Hans van Deventer, Mars van de leuzen 1967)”[ii]


 

 

 

RSS

Inschrijven op RSS