U bent hier

Fundraising

Printvriendelijke versieVerstuur via emailPDF versie

Op 5 februari (we zitten op dat ogenblik in het jaar 2011) wordt een streekbierenavond georganiseerd ten voordele van De Steenman”. Met die deur viel de toenmalige directrice in huis op de stafvergadering. Alles leek reeds in kannen en kruiken te zijn. Serviceclub Fifty-One Halle en Reinaartvrienden Essenbeek – de plaatselijke toneelkring – zouden hun schouders onder dit initiatief zetten. Deze mededeling zorgde toch voor heel wat gefronste wenkbrauwen. Onwillekeurig kwamen de beelden uit lang vervlogen tijden terug op het netvlies: pensenkermissen ten bate van het goede doel, waarbij de beeldvorming niet aan de verbeelding te wensen overliet. De “sukkelaars” als handelswaar in de kijkkast geplaatst. In een tijd waar ‘professionalisering’ van de zorg een centraal thema is, komt dergelijke mededeling dan ook eigenaardig over. Dus vroegen we wat meer uitleg.  Veel meer dan een wat vage uitleg over de slechte financiële situatie en de beslissing van de beheerraad om hieraan te proberen verhelpen kwam er niet. Nu, het waarom van dergelijk initiatief was voor iedereen die in De Steenman werkte wel duidelijk. Rooskleurig waren de financiële papieren – voor zover we daar een zicht op hadden – niet, dus als het echt niet anders kon... Wat ons echter meer zorgen baarde was het “hoe” van dit initiatief. Voor de staf stonden twee principes voorop: intellectuele eerlijkheid en op een ethische manier met de bewoners omgaan.

Het probleem werd ook voorgelegd op een volgende teamvergadering. Het leek een mooie aanleiding om stil te staan bij de concretisering van missie en visie binnen de werking. Vrij snel kwamen we daar tot een consensus. Het initiatief moest duidelijk maken dat niet de bewoners van het woonbegeleidingscentrum maar wel de organisatie zelf ‘armlastig’ is. Concreet betekent dit dat bij aankondigingen en reclame voor het initiatief duidelijk moest zijn dat het niet ten voordele van de bewoners, maar wel ten voordele van de voorziening gebeurde. We suggereerden om het initiatief te kaderen binnen een op te richtdn ‘bouwfonds’. Verder werd gevraagd om deze activiteit niet in de voorziening zelf te laten doorgaan en op die manier het privékarakter van de “woonplaats” van de betrokkenen te respecteren. Vanzelfsprekend stond het iedereen vrij om al dan niet aan het initiatief te participeren. Met deze wensen werd rekening gehouden zoals blijkt uit de uiteindelijke perstekst. Een inhoudelijk gesprek over deze materie is er met de beheerraad nooit gekomen. Maar dat het niet van harte ging werd een jaar later pijnlijk duidelijk. Het initiatief werd hernomen en ditmaal ging het wel door in de gebouwen van De Steenman. Die vervelende kommaneukers waren dan ook aan de kant gezet en meteen kon het ‘aapjes kijken’ in zijn oude glorie worden hersteld. De wetten van de markt zijn hard: alles lijkt toegelaten om de laatste eurocent binnen te rijven. Missie, visie… wie maalt daar om. Dat men daarbij zwakkeren uit de samenleving als onmondig behandelt en dus misbruikt maakt ogenschijnlijk niets uit. Dat dergelijke handelswijze  – en ik wik mijn woorden –zich  situeert op hetzelfde niveau als die van pakweg een Oost-Europese pooier zal hen worst wezen.