U bent hier

Binnen de lijntjes kleuren

Printvriendelijke versieVerstuur via emailPDF versie

Op gezette tijden steekt – al dan niet georchestreerd - een nieuwe rage de kop op. Na de breirage, die overigens nog steeds standhoudt – zijn we nu toe aan de ‘kleurplaten voor volwassenen’. Jawel, je kunt er niet omheen. Je ziet ze op treinen, terrasjes, parkjes, … (als het weer het toelaat) : volwassenen die druk in de weer zijn met potloden om zo rust zoeken door het inkleuren van voorgedrukte platen.

Een mooiere illustratie van hoe verneukt de westerse mens is door het huidige onderwijs is nauwelijks te vinden. Reeds in de kleuterschool wordt je geleerd om mooi tussen de lijntjes te kleuren, het door anderen uitgestippelde pad (of patroon zo je wil) te volgen en door deze (ik zou haast zeggen sociale) zekerheden een gerust gemoed te verwerven. Niet boven het maaiveld uitsteken weet je wel.  Het is een heel andere attitude dan deze van de Charlies en Karolis van deze wereld (niet enkel in Parijs, ook in Scandinavië en elders in de wereld zijn er onafhankelijke en scherpe cartoonisten) die er hun handelsmerk van maakten om net buiten de lijntjes te kleuren. Een eigen weg zoeken en grenzen aftasten of verleggen wordt meestal niet op enthousiast applaus onthaald. Integendeel, vaak wordt het niet getolereerd.  Mark Twain vatte het reeds mooi samen: “We like a man to come right out and say what he thinks - if we agree with him”.

Ook het establishment heeft wat dat betreft een gat in het geheugen. Denk maar aan de ontelbare pogingen om de hebdo’s van deze wereld langs juridische weg het zwijgen op te leggen. De verontwaardiging die massaal de kop opsteekt als het monddood – soms al te letterlijk - wordt nagestreefd door enkele debielen die menen het recht in eigen handen te mogen nemen gaat dan ook niet veel verder dan de traditionele recuperatie : “what’s in it for me…”. Of waar machthebbers sterk in zijn.

Maar terug naar het plaatjes inkleuren. Reeds in de kleuterschool wordt ijverig werk gemaakt van het conditioneren naar de arbeidsmarkt toe. Het functionalisme wint nog steeds veld, denk aan de voorbereidende schrijfoefeningen en de steeds verder doorgedreven training naar schoolrijpheid. Wie goed werkt krijgt de appreciatie van de juf/meester, bewondering van (groot)ouders,…  wie mooi kan knippen, tussen de lijntjes kan kleuren,… verwerft sociaal aanzien. Vroeger kree, wie zoet is lekkers van de sint (of was het Sint?), in een geseculariseerde samenleving is enige rationalisering mooi meegenomen. De latere schoolloopbaan is meestal in grote lijnen een verderzetting van deze principes. De appreciatie wordt in cijfers ‘geobjectiveerd’ en we leren al heel snel dat hoog scoren belangrijk is. Niemand wil een nul zijn. In het latere leven vertaalt zich dat ironisch genoeg in het aantal nullen – voor de komma – op je bankrekening.

Gelukkig zijn er ook leerkrachten die op een wat eigengereide manier met deze scholing omgaan. Zo iemand was meester Schegers in het vijfde studiejaar. Het was eind de jaren zestig en de vrijdagnamiddag vormde het hoogtepunt van de schoolweek. Psychologisch onderzoek heeft aangetoond dat het menselijk geheugen een raar fenomeen is en dat geheugenbeelden actief worden bijgewerkt. Wat nu volgt komt allicht niet volledig overeen met de realiteit, maar wat is blijven hangen geeft wel een beeld van hoe ik dat schooljaar heb ervaren, wat ik ervan heb opgestoken en hoe het mij heeft gevormd.

De vrijdagnamiddag werd afwisselend besteed aan schilderwerk en een vertelsessie. Beide activiteiten waren op hun manier fascinerend. Tijdens de vertelsessies werd soms uit een boek voorgelezen maar meester Schegers kon ons ook ‘voor de vuist weg’ meeslepen in een verhaal. De meest memorabele weken waren deze waarin meester Schegers jeugdherinneringen ophaalde. Het ‘levensverhaal’ van de meester ging over zijn belevenissen tijdens de oorlogsjaren. Hoe hij als jonge man uit Mortsel wegtrok – op de vlucht voor den Duits - en door Frankrijk zwierf, overnachtte in afgelegen boerderijtjes, moeite had om aan eten te raken enz… Toen ik later Ivo Michiels’ ‘Kruistocht der jongelingen’ (1951) las, rees overigens het vermoeden dat hij gewoon uit dat boek heeft voorgelezen. Michiels was eveneens afkomstig uit Mortsel, was van dezelfde leeftijd… Misschien hebben ze elkaar gekend, of waren ze elkaar tegengekomen op hun trektocht door Frankrijk. Veel belang heeft dat niet. Wij hingen aan de lippen van deze meester die een echt avontuur had beleefd.

De schilderactiviteit die de andere weken doorging had eveneens iets magisch.  Bij meester Schegers – zelf een amateurschilder –  mochten we een afbeelding (van oude jaarkalenders) van een kunstwerk kiezen dat we vervolgens probeerden na te tekenen. Vooraf maakt hij wel een selectie die aangepast was aan de tijd van het jaar. En soms kregen we een wat meer ‘technische’ les waarin we bijvoorbeeld leerden hoe we een boom in de lente, de zomer, de herfst,… op papier konden krijgen. Welke kleuren we konden gebruiken, of we met volle lijnen dan wel met puntjes konden werken enz… Mislukken mocht, experimenteren evenzeer…

Niet iedereen beschikte over (even)veel talent, maar dat maakte niet uit. Je kon je eigen gang gaan. En voor zover ik mij herinner viel er ook geen onvertogen woord als iets niet lukte of wanneer het resultaat echt ‘abominabel’ was. Ook Jan, een medeleerling die wel wat picturaal talent had, kon rustig zijn gang gaan. Wat er vaak op neerkwam dat hij wanneer hij niet tevreden was over zijn werk, alles met een dikke laag zwarte verf overschilderde om vervolgens opnieuw te beginnen. Op die manier had hij op het einde van de rit (enkele weken later) zoniet het mooiste, dan wel het dikste resultaat.  Binnen de lijntjes blijven hoefde niet, een openbaring voor ons. Ik ben er meester Schegers nog steeds dankbaar om, want mijn grafische strapatsen waren meestal niet om aan te zien. Maar het bleef leuk en we leerden dat ook niet geëffende paden het betreden waard waren.

En wat Jan betreft. Het laatste wat ik van hem hoorde was dat hij ook onderwijzer is geworden. Hopelijk denkt hij ook nog eens aan meester Schegers en slaagt hij er op zijn beurt in om het bureaucratische en functionele karakter van het lesgeven te doorbreken om kinderen de kans te laten hun blad zwart te maken…

Naschrift : Le fanatisme est un monstre qui ose se dire le fils de la religion (Voltaire)