U bent hier

Over vaardigheden en behoeften

Printvriendelijke versieVerstuur via emailPDF versie

Een druilerige zaterdag in juni. Op de radio vraagt Stef Bos zich af of dit nu later is… “We geloofden in de toekomst want de meester had verteld. Jullie kunnen alles worden als je maar je huiswerk kent..”. Existentiële vragen die iedereen zich wel eens stelt. In de zeventiger jaren van vorige eeuw pleegde Bert van Maren er zelfs een boekje over: "De toekomst duurt altijd lang' [1]. De titel verwijst naar een uitspraak van een bewoner uit een ‘voorziening voor zwakzinnigenzorg’ zoals dat toen nog heette. Ja, ook mensen met een beperking hebben dromen en aspiraties. Nu, meer dan drie decennia later, zijn we nog niet zo erg veel opgeschoten. We hebben technieken ontwikkeld om mensen met beperkingen vaardigheden bij te brengen, te socialiseren, en ja we geven ze de kans om een zo ‘normaal’ mogelijk leven te laten leiden (oeps, bijna had ik een lange ij gebruikt).

Eeuwig gaat voor ogenblik

Deze mensen mogen werken (gesteld dat ze voldoende productief zijn), ze kunnen op reis (maar liefst met een speciale reisorganisatie – begeleidingsnood weet je wel), seks is geen taboe meer (als er maar sprake is van relatiebekwaamheid), … En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Hoe vaak blijven we op een subtiele manier overnemen en beslissen ‘in de plaats van’? Hoe vaak speelt onze eigen sociale achtergrond – annex waardenpatroon – een doorslaggevende rol? Een tweede beproefde techniek maakt gebruik van ‘uitstel’. Ja, we zijn meesters in het ‘uitstellen’. Het is makkelijker om tien redenen te vinden om iets niet te (laten) realiseren, dan wel één motivatie om toch in het zwembad te springen. “Vooraleer je naar een zelfstandigere woonomgeving kunt gaan moet je eerst nog…” waarop meestal weer een praktische vaardigheid volgt die training behoeft. Op die manier maken we het ons als begeleiders wel heel erg makkelijk en duurt de toekomst vaak erg lang. We komen zo moeilijk los van het Vondeliaanse eeuwig gaat voor ogenblik[2]. In een moderne, seculiere maatschappij verwacht je wel iets anders.

Waarom stellen we zo graag uit? Ik kan geen andere reden vinden dan dat de reductie van het leven tot een verzameling vaardigheden een begeleidingszekerheid en -veiligheid biedt. Want daarin zijn we nu net goed getraind… het aanleren en onderhouden van vaardigheden. Het is wel een heel aparte invulling van de term levenslang leren als de keuzevrijheid van de betrokkenen niet meespeelt. Zolang we met deze praktische vaardigheden bezig zijn, hoeven we als begeleider niet wakker te liggen van andere zaken. Tot slot hebben we nog wat wetenschappelijke ruggensteun om deze praktijken te vergoelijken. We gebruiken dan termen als ‘vertraagd ontwikkelingspatroon’ en ‘narijping’ om het nobele doel dat we nastreven – mensen kansen geven – van een likje serieus te voorzien.

Er zijn echter alternatieven. Zo geeft de levenslooppsychologie een veel volledigere - en menselijkere - benadering. Je zou vanuit het voorgaande kunnen stellen dat de hamvraag blijft wanneer de trainingperiode stopt en het echte leven begint. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Levenslang leren en het onderhouden van vaardigheden is voor ieder van ons belangrijk. Alleen verschuift de focus na de jeugdjaren steeds meer naar de realisatie van aspiraties. Als we mensen met een beperking het recht toedichten om een zo normaal mogelijk leven uit te bouwen, dan is het ook onze verdomde plicht om een luisterend oor te hebben voor hun verwachting en verzuchtingen en hen de kans te bieden deze in de mate van het mogelijke te realiseren. De begeleidingsfocus ligt dan niet meer bij vaardigheden en training, maar verschuift steeds meer naar individuele behoeften en motieven en hoe we daarmee omspringen. Recente bevindingen uit de motivatiepsychologie kunnen hierbij een sterke ondersteunende rol spelen. Vandaar dat we in enkele volgende artikelen stilstaan bij de fenomenen ‘positieve psychologie’, 'Self Determination Theory' en de invloed hiervan op begeleidingsstijl en –inhoud. Tegelijkertijd biedt het de mogelijkheid om uit te leggen hoe we hiermee in de werking van De Steenman aan de slag probeerden te gaan.

Eén ding mag duidelijk zijn. Niemand wacht om te leven tot hij alle benodigde vaardigheden onder de knie heeft. Maar dat wist de zanger al langer : “ik snap geen donder van het leven, ik weet nog steeds niet wie ik ben, is dit nu later?”.

__________________________

[1] Van Maren, B., De toekomst duurt altijd lang. De terugweg van en naar zwakzinnige mensen, 1979,Bloemendaal, H. Nelissen (PM reeks), 93pp.

[2] Van den Vondel, J., in het gedicht ‘Kinderlijk’ (1633?)

 

RSS

Inschrijven op RSS