U bent hier

PVT : Per Vergissing Tewerkgesteld

Printvriendelijke versieVerstuur via emailPDF versie

Iets meer dan een jaar geleden bood een vriendin een cadeautje aan, maar vooraleer ik het in ontvangst mocht nemen moest ik ‘raden’ wat het bevatte. Ze verzekerde me dat ik het zeker zou kennen. Weten is natuurlijk een andere zaak maar haar betekenisvolle glimlach overtuigde mij ervan dat de “little grey cells” aan het werk moesten. De wildste associaties schoten me door het hoofd en uiteindelijk ben ik er uitgekomen. Al moet ik er meteen aan toevoegen dat zoals algemeen geweten het geheugen een raar ding is en dat ik het mezelf misschien wijsmaak dat ik er zonder hints ben uitgekomen.

Welke elementen speelden een rol? De feiten speelden zich af aan de Maaskant (localisatie). Het in blauw papier verpakte en van mooie strik voorziene pakketje bevatte vermoedelijk papieren, het had iets weg van een ‘nieuwjaarsbrief’ (de inhoud). De bewuste vriendin heeft connecties binnen de zorgsector (context). Zelf heb ik op een blauwe maandag een tijdje in die regio gewerkt, meer bepaald in het OPZ te Rekem, dus allicht moest ik het in die richting zoeken (u merkt, het wordt warmer…). De elementen voor een complexe mindmap slopen binnen…  Nu nog de juiste eindjes met elkaar verbinden.

OPZ-PVT : 1-0

Het was de tijd dat Gie Vandeberge “De zot van Rekem” publiceerde. Het spijt me nog steeds dat ik de tijd niet heb genomen om dit boekje door te nemen. Toch maar opnieuw opsnorren die handel… ? De tijd ook dat Václac Havel ‘s ‘Poging om in de waarheid te leven’ hoge ogen gooide naar het Nederlands was vertaald (Essay over Charta 77). De tijd dat we jong waren en dachten dat de oude machtsstructuren van de voorgaande generatie(s) afbrokkelden en te slopen waren. Hoezeer we ons vergisten bleek al snel. De nieuwe regenten moesten namelijk niet onderdoen voor hun voorgangers.

Zoals hoger gezegd was ik op een blauwe maandag in Rekem aan de slag gegaan. Als orthopedagoog leek voor mij een mooie taak weggelegd om de van hogerhand opgelegde hervormingen binnen de psychiatrie mee vorm te geven. Psychiatrische verzorgingstehuizen moesten de oplossing bieden voor de – ten onrechte – in psychiatrische klinieken ondergebrachte mensen met een mentale beperking. Het hele proces werd begeleid vanuit UGENT, meer bepaald door professor – of was het toen nog docent – Geert Van Hove. Ik heb één van de verkennende begeleidingssessies meegemaakt maar meer dan een formalistisch gebeuren leek me dat niet te zijn. Tijdens die bijeenkomst bleek reeds duidelijk dat de logge bureaucratische traditie een remmende factor par excellence was. Hopelijk zijn ze er later wat verder mee geraakt, maar toen waren de poorten van Rekem al lang achter mij gesloten. Mijn passage was maar van korte duur.

De situatie die ik op de werkvloer aantrof grensde aan het onwaarschijnlijke. De traditionele ‘grote zalen’ waarover tijdens de cursussen op de unief werd verteld bleken nog te bestaan. Erger nog waren de restanten van de oude ‘fatik-cultuur[i]’ – met al zijn neveneffecten (al maakte de jongere generatie van begeleiders er actief werk van om dit fenomeen uit te roeien). Oudere werknemers lazen liever de krant en maakten zich op industriële manier af van hun taken. Eén voorbeeld om te verduidelijken waarover het gaat: patiënten (van cliënten had men in Rekem nog niet gehoord) naakt in rijen laten aanschuiven voor de douchecellen behoorde tot de gestandaardiseerde efficiëntie-cultuur. Iets wat nog andere associaties opriep waar we het hier niet verder over willen hebben. Enfin, treurnis alom en een hoop werk op de plank.

De buitenspelval

Die kans werd mij niet gegeven. Al snel maakte de verantwoordelijke psycholoog – de heer Van Damme – mij duidelijk dat rekening moest worden gehouden met ‘verworven rechten’ van personeel. Dat één van die verworven rechten het gekende eindeloopbaan ziekteverzuim was (jawel, Rekem is een overheidsinstelling met begeleiders in ambtenarenstatuut) en dat voor deze afwezigen geen vervanging kon worden voorzien was iets waar ik me vooral niet druk over moest maken. Mijn beurt kwam ook nog werd mij voorgespiegeld, tenminste als ik een mooie loopbaan binnen de instelling kon uitbouwen. En voor wat hoort wat in onze Vlaamse middenstandscultuur was de onverholen suggestie die non-verbaal werd meegegeven. Dat de zorgbehoevenden hier overduidelijk het slachtoffer van waren kon hem – en met hem een groot deel van het personeelsbestand inclusief kader – worst wezen. Er waren namelijk ook nog de vakbonden en daar wilde de directie geen hommeles mee. Het was de tijd van de hoop op verandering, zolang die maar in het oosten – conform het toendertijd populaire vijandsbeeld - te situeren was. Schrijnende beelden uit Roemeense instellingen vulden te TV-schermen, het eigen geweten sussend.

Enfin, deze zeurpiet heeft het dus niet lang kunnen trekken in die omgeving. Nog tijdens de traditionele zes maanden proeftijd werd mij, door de verantwoordelijke psycholoog – de heer Van Damme -  duidelijk gemaakt dat ik niet zou kunnen blijven. “Gij wilt hier werken, dat zijn we hier niet gewoon”, klonk het tijdens de tussentijdse evaluatie. Een wel erg originele motivatie om iemand aan de deur te zetten. Blijkbaar was ik dus 'Per Vergissing Tewerkgesteld' (de lapsus "niet het juiste profiel" kreeg bij deze wel een erg originele invulling) en moest deze fout asap worden gecorrigeerd. Ik mocht mijn tijd nog uitdoen maar kreeg geen specifieke verantwoordelijkheden meer. De mij nog resterende tijd werd ik ‘aan het raam’ geposteerd en om mijn tijd nog enigszins zinvol en nuttig door te brengen heb ik toen mijn ervaringen en visie op papier proberen te zetten.  Bij mijn afscheid heb ik een kopie van dit werkstuk aan enkele idealistische collega’s gegeven.

Toch nog scoren ?

En jawel, in het blauwe pakje zat dus een kopie van de kopies van mijn originele tekst. Bleek dat één van de ontvangers mijn tekst al die jaren had bijgehouden en bij haar pensionering aan de heer Van Damme overhandigd had met de woorden dat er ooit iemand op de afdeling had rondgelopen die een poging wilde ondernemen om de patiënt de kans op een menswaardig bestaan te gunnen… Deze dame was bevriend met mijn kennis en had tijdens één of ander theekransje (of was het een koffiemoment?) haar verhaal gedaan en de tekst ook aan haar voorgelegd… waarop deze laatste tijdens het lezen dacht… ‘ik ken maar één iemand die zoiets schrijft…’ en dus snel onderaan ging kijken wie de auteur  was. Op die manier raakte de tekst waarvan ik het bestaan zelfs niet meer vermoedde terug in mijn bezit… Nog steeds heb ik de moed niet gehad om mijn gekrabbel te herlezen uit angst dat hij gedateerd en te naïef zou zijn. Maar misschien moet ik me er binnenkort toch maar eens aanzetten. Wellicht loont het nog de moeite om de tekst als tijdsdocument in te scannen en bij dit artikel te voegen.

De meeste patiënten zullen ondertussen overleden zijn,  personeelsleden op pensioen en de heer Van Damme is wellicht zijn ziektedagen aan het ‘vieren’ zoals ze aan de Maaskant zo mooi zeggen… dus kwaad doen we er niemand meer mee. Maar ook dit deel van de waarheid heeft zo haar rechten.

Naschrift

Nadien heb ik de bewaarder van de brief nog eenmaal gesproken. Het bleek allemaal nog erger en complexer te zijn dan ik vermoedde. mistoestanden waar ze nog beter van op de hoogte was… veel zaken heb ik nooit zelf gezien.

De psychiater die langs de voorkant binnenkwam en langs achteren weer vertrok om naar zijn privé-praktijk te gaan (nadien is hij blijkbaar toch tegen de lamp gelopen en bedankt voor zijn diensten). Begeleiders die erg primaire technieken hanteerden om patiënten tot gewenst gedrag te dwingen (tot mishandeling toe),…

Het moet er zijn om in een systeem te zitten er er niet uit kunnen stappen… Het leven is complexer dan enkel de werksituatie waar je je ding niet kan doen. Verantwoordelijkheden naar familie (afbetaling lening, kinderen groot brengen, studiekosten,…). En de regelgeving is van die aard dat het systeem makkelijk in stand kan worden gehouden. Als je zelf opstapt heb je geen recht op uitkering… Je moet dus al iets anders hebben, wat niet evident is in een streek waar de tewerkstellingsmogelijkheden niet dik gezaaid zijn. Als ik enkel mijn eigen situatie in ogenschouw neem mag ik mij wellicht gelukkig prijzen dat ik eruit gesmeten ben… ik weet echt niet of ik de moed zou gehad hebben om de stap zelf te zetten.

 


[i] De term fatik komt uit de psychiatrie en het gevangeniswezen. Een fatik was een gevangene/patiënt die extra privileges kreeg en een soort tussenschakel werd tussen medegevangenen/patiënten en bewakers/verzorgers. Zij kregen bepaalde taken toegewezen waardoor ze ‘boven’ hun lotgenoten kwamen te staan. Zo werden ze ingezet bij de ‘voedselbedeling’. Eén van de frekwent voorkomende neveneffekten was dat zij macht – tot terreur toe – uitoefenden op hun lotgenoten. Zo heb ik in Rekem nog ‘oud-fatikken’ met pollepels op medepatiënten zien slaan als ze niet snel genoeg aten. De Liga van de Mensenrechten heeft de term als een ‘geuzennaam’ aan haar tijdschrift gegeven. http://www.mensenrechten.be/index.php/site/archief/fatik zie ook http://www.weliswaar.be/nieuws/p/detail/geinterneerden-tussen-schip-en-wal

 

RSS

Inschrijven op RSS