U bent hier

Verontrustende berichten

Printvriendelijke versieVerstuur via emailPDF versie

Post hoc analyse

Toen we enkele maanden later op straat werden gezet – een nieuw feit – drong zich al snel de vraag naar een post hoc analyse op. Had één en ander niet met elkaar te maken? In onze zoektocht naar verborgen patronen kwamen we toch enkele merkwaardige zaken tegen.

In zijn laatste mail had de voorzitter het over een “zoektocht van de ongerustheid” een enigmatische formulering die we niet anders kunnen interpreteren dan een zoektocht naar de persoon die de voorzitter alarmeerde. En hier maakt de voorzitter een cruciale denkfout te wijten aan wat in de psychologie wel eens ‘self hugging’ wordt genoemd. Self hugging is een neiging om het eigen waardenpatroon, de eigen attitudes en eigen handelingen als normatief te hanteren voor iedereen. Het is met andere woorden de neiging om je eigen grote gelijk als de ideale maatstaf of het meest natuurlijke, het meest normale te beschouwen. De mate aan empatisch vermogen die een persoon bezit bepaalt in hoeverre je dit voorwetenschappelijk – egocentrisch - denken kunt overstijgen. Uit deze mail kan ik enkel afleiden dat Marc niet alleen ’s morgens de dingen begroet, maar zelf zo’n zoektocht zou aanvatten. Dat is zijn goed recht, maar ervan uitgaan dat iedereen altijd dergelijke actie zou ondernemen is toch wel te veel van het goede gevraagd. Een dergelijke repressieve attitude is niet iedereen gegeven.

Maar goed, de idee geeft wel stof voor een gedachtenexperiment. Er is dus sprake van een persoon X (al twijfel ik of we hier een hoofdletter mogen gebruiken), die zich vanuit een of andere (hopelijk moreel hoogstaande) bekommernis tot de voorzitter wendt. Persoon X krijgt gehoor en het vervolg van het verhaal is gekend.

Zoemen we nu in op deze persoon X. Er zijn twee mogelijkheden. Of het betreft iemand vanuit de ondersteunende functies (logistiek, secretariaat,…), of het betreft iemand van het begeleidend personeel. In het eerste scenario zitten we met een probleem op het vlak van de ‘discretieplicht’, in de tweede situatie gaat het echter over ‘schending van het beroepsgeheim’. Wat discretieplicht betreft is er – strikt juridisch gesproken – geen groot probleem. Zowat alles kan blijkbaar. Wat beroepsgeheim betreft liggen de zaken echter anders. Daar gelden strikte regels. Bovendien waren de begeleiders goed op de hoogte van deze problematiek. Het voorgaande werkjaar hadden we namelijk een stagiaire die hierover haar eindwerk maakte en een enquête afnam van alle pedagogisch geschoolde personeelsleden. Op enkele teamvergaderingen werd de problematiek ook verder doorgepraat. Onwetendheid kan in deze dus geen excuus zijn. Er zijn situaties waar het beroepsgeheim niet geschonden wordt. Op de website van de Belgische Federale Overheidsdiensten worden deze als volgt toegelicht.

Er zijn vier situaties waarin u een geheim toch mag prijsgeven.

1. Het beroepsgeheim vervalt voor een rechtbank of een parlementaire onderzoekscommissie. Als het onderzoek dat vereist, hebben personen met een beroepsgeheim het recht om vertrouwelijke informatie te openbaren. Zij kunnen daartoe echter niet verplicht worden. Deze personen hebben het recht om te zwijgen."

2. Soms is het noodzakelijk dat u de ouders van een minderjarige informeert over geheime informatie. De ouders zijn per slot van rekening aansprakelijk en hebben beslissingsrecht over fundamentele aspecten van de opvoeding zoals onderwijs en gezondheid. Toch zult u altijd rekening moeten houden met de privacy van de minderjarige.

3. Partners, familieleden of vertrouwenspersonen mag u op de hoogte brengen als:

  • de betrokken persoon daarmee akkoord gaat
  • de betrokken persoon wilsonbekwaam is
  • er een noodtoestand dreigt (bijvoorbeeld: als een patiënt met hiv besmet is, moet u zeker de partner op de hoogte brengen)

    Toch is het nog altijd het beste als u de persoon ervan kunt overtuigen om geheime informatie zelf mee te delen.

4. Het is ook toegestaan om leidinggevenden op de hoogte te brengen van geheimen die u zijn toevertrouwd. Zo bestaat er een gedeeld beroepsgeheim als de leidinggevende ook deelneemt aan de hulpverlening. Een verpleegster mag dus een geheim doorvertellen aan de leidinggevende als dat in het belang is van de hulpverlening.

In deze situatie lijkt geen van deze uitzonderingen op te gaan. Dus hebben we de afgelopen maanden ons licht opgestoken bij enkele instanties.

Elders op deze site kan je lezen dat we in het kader van de ontslagprocedure contact opnamen met een advocaat en de arbeidsinspectie. Daar legde ik ook deze situatie voor. De advocaat zag de probleemsituatie maar stelde dat het eigenlijk te laat was om nog juridisch te reageren (oktober 2011). Bij de arbeidsinspectie kreeg ik het antwoord dat zij niets konden doen omdat de arbeidsovereenkomst was afgelopen. Beide instanties waren het er wel over eens dat de ganse heisa niet zozeer met de bewoner te maken had, maar veeleer kaderde in een zoektocht naar een zware fout.

RSS

Inschrijven op RSS