U bent hier

Verontrustende berichten

Printvriendelijke versieVerstuur via emailPDF versie

Gezien de drukken eindejaarsperiode die ondertussen was aangebroken duurde het even vooraleer we hierop konden verdergaan. Maar 6 januari 2012, driekoningen, leek een uitgelezen moment om alles nog wat uitgebreider toe te lichten:

De problematiek waarover ik het in mijn 
eerste mail had betreft inderdaad een voorziening 
die door het VAPH erkend is. De situatie 
is echter redelijk complex. Bij deze zal ik 
trachten duidelijk te maken hoe de vork in 
de steel zit.

Op het ogenblik van de feiten werkte ik in 
een halftijdse betrekking als lic. orthopedagogiek 
in een zgn. tehuis werkenden.

In de eerste helft van 2011 wordt bij één 
van de bewoners van deze voorziening de diagnose 
'darmkanker' vastgesteld. Gezien de specifieke 
situatie en de aard van de aandoening werd 
vrij snel een samenwerking opgestart met 
thuisverpleging en een dienst palliatieve zorg. 
Na een operatie en de daaropvolgende behandeling 
(tijdelijke stoma,...) verzwakte de persoon 
heel erg. Alle betrokken diensten (thuisverpleging, 
huisarts, palliatieve zorg) werden op een 
teamvergadering uitgenodigd. Het was vooral 
de bedoeling duidelijkheid te scheppen naar 
begeleiding toe en een inschatting te maken 
van ieders draagkracht (+ ondersteuningsaanbod 
duidelijk stellen). Daar het een zeer jong team 
betrof leek dit voor de staf (pedagogisch 
verantwoordelijke en lic. orthopedagogiek) 
de aangewezen weg.

Vanuit de externe diensten werd ons verzekerd 
dat we de begeleiding goed opvolgden. 
Het opvoedend personeel kreeg duidelijkheid 
rond ondersteuning (mogelijkheid om op 
eender welk moment contact op te nemen met 
de palliatieve dienst, afspraken dat 
de persoon in kwestie steeds kon binnengaan 
in het lokale ziekenhuis,....). 
Verder werd ook duidelijk gemaakt dat het 
geen teken van zwakte is om je grenzen 
te kennen en te respecteren. Dit alles 
resulteerde in zeer duidelijke afspraken 
rond de te volgen procedures.

Met het logistieke personeel was enkele 
weken voordien ook een vergadering doorgegaan 
waar de pedagogisch verantwoordelijke ook 
duidelijke afspraken en een ondersteuningsaanbod 
had gedaan.

Groot was dan ook mijn verbazing toen 
ik de daaropvolgende maandag een mail ontving 
van de voorzitter van de beheerraad dat 
'verontrustende berichten' hem bereikten i.v.m. 
bewoner x (in de mail stond diens naam 
voluit vermeld). Als orthopedagoog heb ik toen 
duidelijk proberen maken dat we de zaak 
opvolgden en dat er duidelijke afspraken 
waren gemaakt, hierbij verwijzend naar de 
voorbije teamvergadering. Verder maakte ik 
de voorzitter erop attent dat ik het wat vreemd 
vond dat iemand blijkbaar niet de afgesproken 
procedures en ondersteuningsmogelijkheden volgde. 
Toen was voor mij reeds duidelijk dat iemand 
eigenlijk over de schreef was gegaan en informatie 
had gedeeld met iemand die niet rechtstreeks met 
de begeleiding te maken heeft.

Als enige reactie kreeg ik een volgende mail 
waarin de voorzitter mij duidelijk maakte dat ik 
niet moest trachten uit te vissen wie hem de 
informatie bezorgde (iets wat toen zeker mijn 
bedoeling niet was, ik wilde enkel duidelijkheid 
rond gemaakte afspraken)

Enkele maanden later werd mij echter duidelijk 
wat er aan de hand was. Eind augustus werden de 
pedagogisch verantwoordelijke en ikzelf met 
onmiddellijke ingang ontslagen. De opzegtermijn moesten 
we niet meer  aanwezig zijn en een uitbetaling 
werd geregeld. Toen werd mij duidelijk waarom 
enkele medewerkers (deels uit logistiek, deels 
uit begeleidend personeel) de laatste maanden niet meer 
'aanspreekbaar' waren en onze werkmethodiek boycotten. 
Ik vermoed dat men een hele tijd op zoek is 
geweest naar een "zware fout" (waar men ons 
trouwens nooit heeft op kunnen betrappen).

Het mag duidelijk zijn dat de gewone klachtenprocedure 
zoals door u aangegeven, in deze niet echt een 
mogelijkheid is.

Ik heb ondertussen ook enkele andere mensen 
geconsulteerd (o.a. een psycholoog die werkt in 
de school waar ik ook werkzaam  en die de sector 
kent, alsook een advocaat). Beiden zijn van 
oordeel dat er hier van een fout kan gesproken 
worden, maar dat niet echt duidelijk is of het 
over beroepsgeheim dan wel discretieplicht gaat 
(aangezien niet duidelijk is wie het 'lek' is). 
Een echte 'actie' zien zij om die redenen dan 
ook niet echt zitten.

Dit alles laat bij mij vooral een wrang gevoel 
achter omdat de regelgeving rond beroepsgeheim/
discretieplicht op die manier gedegradeerd wordt 
tot een nietszeggende paragraaf die mooi oogt 
in een kwaliteitshandboek en/of jaarverslag.

Indien u nog verdere stappen mogelijk ziet en/of 
concrete informatie, kan je me steeds contacteren 
op dit email adres

mvg

Brief VAPHEn dan was het wachten op een reactie. Die kwam er merkwaardig genoeg via de post. De teneur was duidelijk : …”Uw klacht betreft, naar onze mening, een interne personeelsaangelegenheid binnen de voorziening in kwestie…”. Strikt juridisch klopt dit waarschijnlijk. Op het ogenblik van de feiten was ik inderdaad nog een personeelslid van de voorziening in kwestie. Op het ogenblik van de vraagstelling was dit echter niet meer het geval. Het VAPH hield zich met andere woorden op de vlakte, hierin wellicht een interne regel volgende om niet te veel gehoor te geven aan vragen van (gefrustreerde) ex-personeelsleden. Het heeft natuurlijk iets Kafkaiaans, verwijzen naar interne procedures die je niet kan volgen omdat je er niet meer werkt…

De eindconclusie mag duidelijk zijn. Deze casus toont aan dat de problematiek van het beroepsgeheim en discretieplicht thuishoort op de schoolbanken of één of ander symposium (dan brengt het nog een cent op ;-)). In de dagdagelijkse beroepspraktijk moet je dit alles blijkbaar niet te nauw nemen. Je kan de facto je zin doen en je komt er veelal mee weg zonder al te veel heisa.

En hier komen we bij de essentie van heel het gebeuren. Het draaide niet zozeer rond ethiek, waarden of hoogstaande principes. In essentie ging het over macht. Macht die geen tegenspraak duldt. Macht die wordt uitgeoefend via impliciete druk en angstinductie. We hebben niet de pretentie te denken dat deze werkwijze specifiek in onze situatie werd gebruikt. Het gaat veeleer over een systeem, een systeem inherent aan dit soort machtsdenken dat haaks staat op gezag. Marx stelde ooit dat godsdienst als opium van het volk is. In deze geseculariseerde maatschappij kunnen we deze uitspraak aanvullen door ethiek als methadon van het volk te bestempelen.