U bent hier

De (on)zin van vrijwilligerswerk

Printvriendelijke versieVerstuur via emailPDF versie

Onder vrijwijlligerswerk verstaat men elke activiteit die onbezoldigd en onverplicht wordt verricht, ten behoeve van één of meer personen, andere dan degene die de activiteit verricht, van een groep of organisatie of van de samenleving als geheel; die ingericht wordt door een organisatie anders dan het familie- of privé-verband van degene die de activiteit verricht; en die niet door dezelfde persoon en voor dezelfde organisatie wordt verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract of een statutaire aanstelling (http://www.vrijwilligerswerk.be). Voor de verdere technische details verwijzen we naar de hier vermelde website. In de context van dit betoog is het belangrijk te onthouden dat we uitgaan van het feit dat een vrijwilliger een natuurlijke persoon is die een activiteit verricht zoals in deze eerste paragraaf wordt omschreven.

Je kan vervolgens nog een boom opzetten over wat mensen aanzet om over te gaan tot die soort activiteiten. Het is niet de bedoeling om hier het ganse gamma van edele en minder edele motieven te overlopen, hoewel we verderop in de tekst toch even op het laatste zullen terugkomen. Hier volstaat het om er op te wijzen dat zoiets als ‘totale belangeloosheid’ een fictie is. Vrijwilligerswerk levert sowieso psychologische voldoening op. Het appeleert aan de behoefte aan erkenning, aandacht,… het gevoel hebben met iets zinvols bezig te zijn,… en daar is helemaal niets mis mee, laat dat duidelijk zijn. De problematische aspecten van vrijwilligerswerk – vandaar de term onzin in de titel - liggen op een totaal ander terrein.

Laten we eerst even stilstaan bij de twee soorten vrijwilligerswerk die men vertrekkende vanuit de concrete werkinhoud kan onderscheiden. We kunnen een opdeling maken in vrijwilligerswerk dat aansluit bij de core-business van een organisatie, en vrijwilligerswerk dat aansluit bij de core-competenties van de vrijwilligers. In een enkel geval zullen deze twee samenvallen, maar meestal is dit niet het geval. Bij het eerste soort vrijwilligerswerk zal de vrijwilliger zaken doen (overnemen) waar de organisatie zelf sterk in is, maar waar die organisatie – om welke reden dan ook – onvoldoende of niet aan toe geraakt. In het tweede geval zal de vrijwilliger activiteiten ontplooien waarin hijzelf sterk is, maar waar de organisatie over onvoldoende expertise beschikt.