U bent hier

De (on)zin van vrijwilligerswerk

Printvriendelijke versieVerstuur via emailPDF versie

1. Core business

In de zorgsector bestaat de core-business uit het begeleiden van, het zorgen voor, het helpen van… mensen die geconfronteerd worden met een specifieke problematiek (ziekte, handicap,…) die vraagt om professionele begeleiding. Welk vrijwilligerswerk aansluit bij deze core-business is voor de hand liggend. Bij dit werk komen vrijwilligers in direct contact met de cliënten (patiënten, bewoners,… you name it). Vaak komt het erop neer dat ze specifieke taken van begeleiders overnemen. De motivatie hiervoor is nobel te noemen. Door vrijwilligers in dienst te nemen kan de werkdruk van de professionals verlaagd worden. Het lijkt een lovenswaardige motivering en in beginsel klopt dit ook wel.

2. Neveneffecten

Dit fenomeen heeft echter de facto twee perverse neveneffecten. Consequenties  die om allerlei redenen niet aan bod komen in het maatschappelijke debat. In de eerste plaats vormt dit soort vrijwilligerswerk vaak een impliciete belediging van de professionele zorgwerker. In feite wordt gesteld dat wat zorgwerkers doen de facto door iedereen kan gedaan worden. Men gaat ervan uit dat als je wat ervaring hebt in het werken met mensen - zeg maar in een jeugdbeweging of het verenigingsleven in het algemeen -  je over voldoende competenties beschikt om ook in het vrijwilligerswerk binnen de zorgsector te stappen. Of, om het wat ongenuanceerder maar duidelijker te stellen : wat voor sukkels zijn die welzijnswerkers toch…  Recent hebben we zelfs moeten ervaren dat raden van bestuur en directies gelijkaardige criteria hanteren bij personeelsselectie. Of, waartoe schaarste (in het aanbod) al niet kan leiden. De recente berichtgeving naar aanleiding van de nakende sluiting van Ford Genk is overigens niet van aard om er vrolijker op te worden. “Van de lopende band naar de zorg” titelt een gekende krant. De eindredacteur was zich allicht niet bewust van zijn eigen cynisme.

Uitzondering vormen de voorzieningen waar vrijwilligers op dit vlak begeleid en bijgeschoold worden. Maar de werkdruk – toch de voornaamste reden om vrijwilligers aan te trekken – maakt dat net die begeleiding en vorming vaak niet uit de startblokken komt.  We kunnen niet anders dan besluiten dat de core business van de zorgwerker niet ernstig wordt genomen. Diezelfde zorgwerkers dragen mede schuld omdat ze al te vaak blijk geven van weinig beroepsfierheid en (wat nog erger is) –kennis waardoor  ze het eigenlijke werk naar de buitenwereld toe sterk minimaliseren of zelfs ridiculiseren. Dit gebeurt bijvoorbeeld door eenzijdig te focussen op gezelligheid, het spelen van spelletjes (ook met volwassenen !!)… Op die manier maken ze onvoldoende duidelijk dat echte begeleiding meer inhoudt dan het voorzien van wat ludieke randanimatie of het verstrekken van technische verzorging. Gevreesd mag worden dat velen binnen het werkveld niet inzien dat het eigenlijke begeleidingswerk pas aangevat kan worden als aan deze minimale basisvereisten is voldaan.

Mede als gevolg van deze trend  blijkt dat de vrijwilligers net door dit gebrek aan kennis en competentie heel wat zaken ‘stuk’ kunnen maken.  De problematiek van ‘betrokkenheid en distantie’ spreekt in deze boekdelen. Bij nogal wat vrijwilligers zie je wel heel eigenaardige ‘motieven’ om het werkveld te betreden, motieven vertrekkende vanuit een eigen problematiek. De vraag stelt zich welke cliënt er dan centraal staat. En dan beland je al snel op het niveau van cadeautjes geven  aan de sukkelaars  (‘pampering’) - om de eigen behoefte aan affectie te bevredigen - of het opgestoken vingertje (‘dat mag niet hoor’) – wat appeleert aan een elders gefnuikte machts- of controlebehoefte.  Het hanteren van overdracht is geen eenvoudige zaak. Vadertje Freud wist dat reeds toe hij stelde dat wie met een cliënt duelleert of naar bed gaat de overdracht niet begrijpt.

Eens te meer staat de problematiek van het ‘gezond verstand’ de professionalisering van het werkterrein in de weg (zie ook elders op deze website). Vrijwilligers vertrekken al te vaak vanuit een buikgevoel, vanuit voorwetenschappelijke uitgangspunten. Het leidt geregeld tot ‘crisissituaties’ zeker wanneer deze vrijwilligers begeleidertje gaan spelen. En als deze vrijwilligers kunnen bogen op een ‘jarenlange ervaring’ en de professionals maar net om de hoek komen kijken… dan is de kans groot dat deze ‘jonge snotapen’ niet ernstig worden genomen.

Terzijde willen we even opmerken dat zich een vergelijkbaar probleem kan voordoen met administratieve of logistieke medewerkers die willen wegen op de pedagogische werking. In kleinere voorzieningen vormen deze medewerkers vaak het ‘bindmiddel’ tussen de professionele begeleiders die in een variabel uurrooster werken en elkaar enkel in groep zien op (schaarse) gemeenschappelijke overlegmomenten. Ook hier zien we dat de basale kennis meestal niet veel verder reikt dan het ‘gezond verstand’.  Zoals reeds elders op deze website werd opgemerkt is dit één van de weinige zaken die moeder natuur wel eerlijk verdeelde, want iedereen denkt dat hij er voldoende heeft… maar al te vaak blijkt gezond verstand – of intuïtie zo je wil - niet overeen te komen met wat de wetenschap uitwijst. Zo weet ondertussen iedereen – op een enkele zonderling na – dat de aarde niet plat is (wat het buikgevoel ons ‘opdringt’)… Ooit zijn er omwille van dit dispuut mensen verbrand! Tegenwoordig lossen machthebbers dit iets humaner op door middel van een C4. Er is dus nog een lange weg te gaan…

RSS

Inschrijven op RSS