U bent hier

Zwijgcultuur

Printvriendelijke versieVerstuur via emailPDF versie

In WT 4/2012 bespreekt professor em. Lode Wils de bundel Taal, cultuurbeleid en natievorming onder Willem I  (uitgave Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten)[i]. Hij ziet hierbij parallellen tussen deze poging tot natievorming onder Willem I (in het ‘post-Napoleontische’ 1815) en wat momenteel aan de orde van de dag is in de Arabische wereld, de zogenaamde Arabische lente. Geen twee gebeurtenissen zijn identiek, maar de gedachtegang is verhelderend. Meer zelfs, onwillekeurig stel je jezelf de vraag of er geen min of meer universeel patroon te onderkennen valt. Waarover gaat het?

De Arabische lente keerde zich  tegen de regimes die na de tweede wereldoorlog de kolonisatie hadden afgeworpen. de Belgische revolutie keerde zich tegen een regime dat  een restauratie inluidde na de Franse Revolutie en de daaropvolgende Napoleontische tijd.

“In beide gevallen ging het om een bevrijding na een vreemde overheersing die uitbuiting gebracht had maar ook het opleggen van een modern waardensysteem, en daardoor tegenstellingen had opgeroepen tussen verzet en collaboratie” (p.329)

De nieuwe regimes hadden de moeilijke taak een evenwicht te vinden tussen moderniteit en traditie. Extremen – zowel van oude als van nieuwe waarden - werden dan ook geweerd.  Wils besteedt uitgebreid de aandacht aan een bijdrage van Matthijs Lok (Universiteit Amsterdam) over De cultuur van het vergeten onder Willem I.  Want net deze cultuur van het vergeten blijkt voor deze regimes de methodiek bij uitstek  om een zekere stabiliteit te realiseren. De strategie om tegengestelde maatschappelijke krachten te neutraliseren op het ogenblik dat de gemeenschappelijke vijand van het toneel is verdwenen en  met een ‘nieuwe lei’ herbeginnen gaf meteen de mogelijkheid  om te verdoezelen dat de nieuwe machthebbers meestal ook boter op het hoofd hadden: tabula rasa daarmee.

Nog even Wils citeren:

“De nieuwe machthebbers stelden de bevrijding graag voor als the end of History, het verdwijnen van alle partijen. Ze lieten geen betwisting toe over het regime dat zij invoerden, een patriottische opvoedingdictatuur die steunde op een dosering van oudere en moderne waarden.” (p.330)

Het roept reminiscenties op aan “The End of History and the Last Man” van Francis Fukuyama (1989). Op de keper beschouwd sluit dit boek mooi aan bij hoger vernoemde voorbeelden. We kunnen – met enige zin voor overdrijving – stellen dat we te maken hebben met  een traditie onder machthebbers. Mij nodigde het boek van Fukuyama indertijd niet uit tot lezen. Ik heb dan ook geen tijd verloren met het lezen van deze – toenmalig quasi verplichte - literatuur waarmee der Francis zowat de teddybeer van het neoconservatisme werd. Eerlijkheidshalve moeten we hieraan toevoegen dat hij zich daar later enigszins van distantieerde.

De cultuur van het zwijgen heeft echter heel wat gezichten.  Zo wijst de Nederlandse schrijver en essayist Rudy Kousbroek[ii] er op dat ogenschijnlijk sociale en efficiëntie bevorderende initiatieven zoals een spellingshervorming  gelijkaardige effecten heeft. Want wie kan een bezwaar hebben tegen een vereenvoudiging van de spelling? Voor minder begaafden en dyslectici worden poorten geopend. Zij krijgen hierdoor meer mogelijkheden om te participeren aan het maatschappelijke debat. Een nieuwe spelling leidt echter ook tot wat Kousbroek omschrijft als een mummificatie van alles wat in de oude spelling is geschreven. Je wordt met andere woorden afgesneden van je eigen geschiedenis. Op die manier wordt het einde van de geschiedenis op een wel heel subtiele manier geïntroduceerd. Wie leest in ons taalgebied nog Vondel (tenzij hij er op school toe verplicht wordt)? En hoe bereikbaar is Bredero? In Frankrijk worden ze in mindere mate met dat probleem geconfronteerd. Bij Molière hoef je enkel wat verouderde, niet zo alledaagse, woorden te verwerken: apothicaire is nu pharmacien, enz… En voor wie wat Engels kent is het oeuvre van Shakespeare onmiddellijk toegankelijk. Je kan zelfs de uitgave die je van één of andere grootoom erfde erop nalezen. De vraag of de mummificatie louter een onbedoelde neveneffecten dan wel een bewuste strategie is, laten we in het midden. Het resultaat is wat telt : op het einde van de rit verarmt de dialoog.